logo

facebook twitter

De verbindende vuist

20-04-2013

UnknownAfgelopen november zette ik mezelf even ‘op de bank’ om erger leed van een niet goed werkende schildklier te voorkomen. Heel lang stilzitten is echter niets voor mij, en in week 2 van mijn time out meldde ik me aan voor een proefles Tai Chi. In een Björn Borg trainingspak waarin ik me stiekum Uma Thurman in de film Kill Bill waan, sta ik inmiddels iedere week visualisaties uit te voeren en mijn ‘boogstand’ te perfectioneren.

Ik dacht (oh gansje) dat ik mezelf had opgegeven voor een simpel potje bewegend mediteren. Beetje zwaaien met de armen, diepzinnig kijken en, vort met de geit: verlichting. Gezond lichaam in een gezonde geest, holistisch, dat werk.

Maar ik blijk les te krijgen in ‘de weg van de verbindende vuist’ zoals mijn leraar Micha Polak het noemt: lian kun tao. En die vuist komt vaak rechtstreeks op mij af, letterlijk en figuurlijk. Het is wat je noemt een confronterende bezigheid.

Kortsluiting in mijn brein, iedere maandagochtend weer. Al weken probeer ik bijvoorbeeld een beweging onder de knie te krijgen waarbij ik, terwijl ik langzaam naar voren loop, met mijn linkerhand een stomp recht vooruit maak, terwijl mijn rechterhand er weer overheen aait. Doodsimpel, maar het lukt me maar niet.

In een optimistische bui verbeeld ik me nog dat ik, gelijk de hoofdpersoon uit de film Karate Kid 1, gewoon flink moet door dóóroefenen. Tenslotte kwam het met die Kid ook goed en deed hij die vervloekte kraanvogel sprong (op 1 been, armen als vleugels gespreid, episch moment uit de filmgeschiedenis van de jaren ‘80) uiteindelijk vlekkeloos. Maar meestal denk ik dat ik nu dan echt officieel motorisch gestoord ben geworden.

En ja, ik blijk nog ongeduldiger dan ik al dacht. Tijdens de meditatieve visualisaties krijg ik na 2 minuten al de nauwelijks bedwingbare behoefte om luid schreeuwend rondjes door de zaal te rennen. Mijn brein even op ‘pauze’ zetten is iedere keer weer een worsteling waar Arnold Schwarzenegger nog een flinke klus aan zou hebben.

Ondertussen vertelt Micha (al 25 jaar bezig met krijgskunsten) vrijwel non-stop over zijn grote passie. Niks stille meditatie, hij pompt ons vol met uitleg. Over tegengestelde krachten door je benen die je zowel vooruit duwen als achteruit dwingen. Over de vier windrichtingen, over Yin-Yang.

De dualiteit in Tai Chi, kracht versus verstilling, heeft alles te maken met de dualiteit in ieder mens: lichaam versus geest. De kunst die Micha ons probeert te leren is om een mooie verbinding te scheppen tussen beide. Met een vuist, dat dan weer wel, het is tenslotte een krijgskunst. Regelmatig laat hij ons zien dat je bijvoorbeeld met een onschuldig ogende move met de poëtische naam ‘wild paard spreidt zijn manen’, iemand een flinke klap kunt verkopen – mits met kracht uitgevoerd. Ik eindig bij dit soort demonstraties meestal in een tamelijk onnatuurlijke houding met mijn nek ergens tussen zijn armen geklemd.

Toch blijkt het licht verslavend, de fysieke en mentale uitdaging die ik iedere week weer aanga. Het is soms zo mooi, rustgevend en verdiepend. En voor dit leerpikkie is het ook opvallend troostrijk. Want de perfectionist in mij wil natuurlijk hoe dan ook goed worden hierin. Of in ieder geval dit jaar (wat zeg ik, deze maand!) nog de ‘24–vorm’ (juist, Tai Chi Yang stijl in 24 bewegingen) onder de knie krijgen. Maar na ruim anderhalf uur vol frustraties, hersen pijniging en motorieke tegenslag eindigt de les met de opbeurende woorden: ‘Je hoeft het allemaal niet te onthouden, vergeet het maar weer. Je hoeft het niet goed te kunnen. Als je het verbinden onder de knie gaat krijgen, ga je je het weer herinneren. Dan komt de rest vanzelf.’

Ook in zijn lesgeven heeft mijn leermeester de dualiteit gevonden.

 

© copyright 2020 Passion is the Key.