logo

facebook twitter

Pandemonium Beethovium

18-12-2013

504-2-beethoven-naambordDeze ochtend besluit ik mijn jongste niet per gebruikelijke fiets maar per auto naar school te brengen. Die school ligt 4 minuten fietsen van ons huis vandaan, maar voordat je me nu in de categorie ‘luie hond’ zet: ik heb er net een lang weekend buikgriep op zitten.

Deze begon afgelopen donderdagavond en ergens op zaterdagmiddag rond borreltijd had ik een kleine doodswens. Dit markeerde, bleek achteraf, ook het dieptepunt van de ellende. Voor de moeders onder ons, het was te vergelijken met het moment tijdens je bevalling dat je denkt: ‘Dit meen je niet. Weet je, doe het lekker zelf, ik kap er mee.’ Maar dat de verlossing achteraf gezien nabij bleek. Afijn, het leek mij geen doen om fietsend met slappe benen en licht hoofd (3 dagen niet gegeten mensen. DRIE.) die kleine garnaal heelhuids op school af te leveren.

Met ongewassen haren en zachtjes boerend van die toch wat ambitieuze soja ontbijtshake stap ik in het holst van de nacht (half december, 8:12 am) met kleine garnaal in de grote boze rode Volvo. Straatje uit, niks aan de hand, ‘Wat is het toch donker’ mompel ik, en druk mijn bril iets dichter op mijn neus. Ik sla de hoek om, de ventweg op. Het is mistig en werkelijk pikkedonker. In de verte zie ik een zwerm van lichtjes mij al tegemoet komen. Fietsers. Extreem. Veel. Fietsers. In het duister ontwaar ik verderop op de brug een heel groot gedaante met allerlei knipperlichten.

Imperial_Walker_by_RadojavorEen hoogwerker, die daar ongetwijfeld zeer nuttig werk aan de bovenleiding van de tram verricht, verzorgt een opstopping die mijn slaperige brein in eerste instantie vertaalt in een Star Wars monster met laser ogen en hoog op de poten. De paniek slaat me voor 2 seconden om het hart. Oh nee, niks aan de hand. Het monster blokkeert echter wel mijn volledige zicht vanaf mijn uitrit. Maar goed, ik kan voorlopig toch nergens heen want er moeten eerst nog 3 miljoen fietsers langs.

Drommen lichtjes: grote, kleine, langzame, snelle en een hele snelle – dat moet een scooter zijn geweest. En oh, ook van de andere kant. Spooklichtjes. Het duizelt me. Sjit. Ik haal diep adem en de sojashake komt stiekem even boven drijven.

Kleine garnaal op de achterbank is inmiddels een heel wezenlijk betoog gestart over de voordelen van Sinterklaas boven Kerst. “Ja schatje, inderdaad, er passen nu eenmaal meer cadeautjes in een boot dan in een arrenslee…”

Aangezien ik door het Star Wars monster helemaal niks zie van de overige weggebruikers, grijp ik in een korte fietsers luwte mijn kans en rij iets verder door. Ik sta nu half op het fietspad en met mijn voorwielen op de weg. De zwerm fietsers zwelt weer aan. Als vuurvliegjes in het ochtendgloren komen ze op me af, de meeste nu luid tringelend. Ik heb me niet erg populair gemaakt met deze move.

images-1Na 3 minuten zijn alle auto’s en ook de 2 (!) trams gepasseerd, en terwijl ik naar de achterbank snauw dat mama nu toch echt even moet opletten en dus niet kan vertellen waarom De Kerstman niet logischerwijs overgestapt is op een boot als vervoersmiddel, trek ik op, stuif de weg over en draai links de Beethovenstraat op. Om gelijk weer vol op mijn remmen te staan. Een spookachtige verschijning met raar lang achterlijf start zojuist op zijn dooie akkertje zijn tocht over het zebrapad. Een oude man in een lange zwarte jas sleept traag zijn boodschappen trolley naar de overkant.

De achterbank is nu stil, en ik ben inmiddels klaarwakker. Ik trek langzaam weer op en ben op mijn hoede want na de brug, dat weet ik, ik ken mijn pappenheimers, steken fietsers te pas en te onpas over. Ook nu weer schieten er van links en rechts scholieren als vuurpijlen heen en weer. Ik stop maar even en wacht tot het vuurwerk tijdelijk gedoofd is. 10 meter verderop doemt er nu in het duister een gigantische fruitautomaat op! Ik heb duidelijk te weinig gegeten de afgelopen dagen. Knipperlichten die fel aan en uit gaan, rood, wit, rood, wit… Een verhuiswagen met lift blijkt bij nadere inspectie. Over de trambaan dan maar.

Nadat het stoplicht 3x op groen en rood is gegaan kan ik er eindelijk door. Kleine garnaal begint inmiddels te piepen dat ze nu waarschijnlijk te laat komt en niet meer op het koprol rek kan. Ik grom tussen mijn tanden door dat-het-niet-anders-is. We rijden verder, stapvoets door de Beethovenstraat. Het tafereel ter hoogte van de Gerrit van der Veenstraat, waar ik in moet, is niets minder dan angstaanjagend: de Amsterdamse versie van de hel uit van Jeroen Bosch’ drieluik ‘Het Laatste Oordeel’.

Het_laatste_oordeel_rechtsIn het blauwzwarte, ijzige, mistige ochtendlicht schieten honderden fietsers langs mijn auto. Ze komen uit alle richtingen, 360 graden, o-ver-al fietsers. Grimmige, geïrriteerde, grauwe maandagochtend koppen. Met kringen onder hun ogen en met fronzen die diepe groeven trekken op hun voorhoofden. Met rugzakken, aktetassen danwel uitpuilende bakfietsen vol paperassen, kinderen, hondjes en andere ellende waardoor zij in deze logistieke hel zijn beland. In dit slagveld registreer ik zelfs iemand met een bezem, als een ridder op een stalen ros. Ze hebben haast. Allemaal. Ieder voor zich probeert zo snel mogelijk op zijn bestemming te komen. Verkeersregels bestaan niet meer. De tram tingelt wanhopig omdat een auto voor mij zijn baan blokkeert. Scholieren piepen als kakkerlakken tussen de auto’s door.

Voorzichtig steek ik het kruispunt over. Een moeder met een krijsende baby voorop fietst me tegemoet. Zij moet een foutgeparkeerd busje op de hoek ontwijken waardoor ze bijna op mijn baan komt. Aan haar buitenkant fietst haar andere kind. Dan wijkt het kind zomaar uit, nog meer naar links. Fietsen is nog knap lastig als je pas 5 jaar oud bent. Ik schreeuw het uit, bang dat hij te dicht bij mijn linkervoorwiel uitkomt. Het scheelt nog ruim een meter. De moeder kijkt me boos aan. ‘Wat doe ik nu fout?!’ mime ik door mijn zijraampje. Ik rij door, nu achter een sliert scholieren. Met zijn vieren naast elkaar nemen ze druk gebarend en daardoor woest slingerend het afgelopen weekend door.

We zijn er. Ik parkeer en check bij het weglopen terloops mijn voorbumper. Erg kleven geen restanten fietsers aan. Yay. De schoolbel klingelt. Kleine garnaal huppelt vooruit en roept opgewekt: ‘Precies op tijd mama!’. Mama wil het liefst even ergens gaan liggen.

© copyright 2020 Passion is the Key.